Heb je al eens van Hanny Michaelis gehoord? Voordat we haar bespraken in de gedichtengroep, had ik niet van haar gehoord. Dichteres, joods, haar ouders stierven in een concentratiekamp in haar twintigerjaren. Zij dook onder. Gymnasium gedaan, weinig geld thuis. Ze schreef al vroeg gedichten. Ze was zo’n 11 jaar partner van een nationaal dichter, Gerard Reve. Op de grens van emancipatie leefde ze. In veel gedomineerd door mannelijke vanzelfsprekendheid. Daar zeer bewust van en laverend. Haar gedichten geven power. Als ze schrijft over de pijn van de lente. Altijd weer begint die cirkel van leven, die zo pijnlijk kan zijn, worden. Dan toch zit er in die ellende van het opnieuw beginnen kracht. Met alle pijn er al in. Zo rijk wat mij betreft.
Deze lente zal er zo eentje zijn. Als ik bespiegel en voel dan is er weerstand. De wereld lijkt en is vaak zo lelijk. Het is de lente niet waard. Hoe kan er vanuit een tweede wereldoorlog en vervolging van de joodse mens, een staat zijn ingericht die met haar leider en de VS en veel steun vanuit veel mensen (die soms ook nog begrijpelijk is), de aanval opent (en achter de rug heeft) van Gaza en nu Iran. Je mag dus doden? Vanuit welk belang en vanuit welke redenen? En wat is er zo anders dan toen? Welk ideaal is verheven boven welk ander ideaal? Het vertwijfelt me volledig. Ik begrijp er niks van in termen van menselijkheid. Ik begrijp er niks van in termen van toen. Als Hanny Michaelis onderstaand gedicht schreef, dacht ze dan iets in die richting:
Het is gruwelijk
Alles begint opnieuw
alsof er niets
gebeurd was.
In stekelige takken
kabaal van vogels
piepend en krassend zet
het voorjaar in. De wind
plukt aan ontstemde snaren
van hoop en begoocheling.
Er is niets
gebeurd. Alles begint
opnieuw. Het is
gruwelijk. (Uit: Onvoorzien -1966 en ook uit Neerlandistiek 2022)